Toegankelijkheid

Terug naar hoofdinhoud

“Het kogelgat in de smidse” - Herinneringen aan de evacuatie van Theo Mattijssen uit Duiven

Theo Mattijssen (1934) is tien jaar oud als kogels over het dak van zijn ouderlijk huis vliegen. In de smidse waar zijn vader werkt, slaat een kogel in de deurpost — op een haar na mist die zijn broer. De oorlog is in Duiven nooit ver weg.

80 jaar geleden werd Nederland bevrijd. In de aanloop daarnaartoe vonden in de Liemers hevige gevechten plaats. Tijdens de winter van 1944-1945 moesten duizenden inwoners noodgedwongen vluchten voor het oorlogsgeweld. In deze serie deelt het Cultuur- en Erfgoedpact persoonlijke herinneringen aan deze evacuatie, als onderdeel van de herdenking van 80 Jaar Vrijheid in de Liemers.

Theo Mattijssen (2026)
Het kogelgat in de smids

Theo Mattijssen (1934) groeit op aan de Rijksweg in Duiven, in een groot gezin met acht kinderen, zes jongens en twee meisjes. Hij is de vijfde in het gezin. Zijn ouders hebben een smederij en een ijzerwarenwinkel. Het gezin woont al generaties lang op deze plek. De opa van Theo kocht het huis in 1886 met veel grond, weilanden en een bongerd (boomgaard) eromheen. Ze hadden ook nog een weiland aan De Droo.

Een jeugd die plots verandert

Als de oorlog begint, is Theo zes jaar oud. Hij herinnert zich hoe Duitse militairen Nederland binnenkomen. Ze rijden op transportfietsen Duiven binnen en trekken in groepen van vier of vijf man richting de brug bij Westervoort. Theo’s moeder reageert meteen: de ramen moeten dicht. Bij Westervoort wordt hard gevochten, bij de brug en bij Fort Westervoort. Uiteindelijk wordt de brug vernield.

In de jaren daarna komt de oorlog steeds dichterbij. De school wordt omgebouwd tot een noodziekenhuis, waar gewonden worden verzorgd. Mensen proberen elkaar te helpen waar dat kan. Theo herinnert zich hoe Duitsers een koe slachten om de Duitse soldaten te eten te geven. Het zijn beelden die hem als kind bijblijven.

Het dagelijks leven onder druk

Op een dag komt het geweld ineens heel dichtbij. In de buurt van hun huis in Duiven zou een geheime zender zitten die beschoten wordt. Kogels vliegen over het dak van hun huis en niet veel later vallen er bommen. Theo ziet ze nog voor zich, hoe ze naar beneden komen, op nog geen paar honderd meter afstand. Het treinspoor door Duiven is een belangrijke aanvoerroute richting Duitsland en wordt regelmatig beschoten. Theo ziet nog voor zich hoe bij deze beschietingen de kogels over het huis vlogen. De hulzen vonden ze later terug achter het huis. Het zijn momenten waarop de oorlog letterlijk over hun huis heen trekt.

Theo helpt waar hij kan. Hij herinnert zich hoe hij als 8 of 9 jarige soms eten haalt bij de gaarkeuken op de Magerhorst. En hoe hij de bakker helpt hij bij het invetten van de broodbussen. Van gevallen, soms al rot fruit maken ze appelstroop en van koolzaad persen ze olie. Onder de smidse verstopt zijn vader biggen in een oud kolenhok. Als er honger is wordt er een big geslacht. In het huis zijn twee Duitse soldaten ingekwartierd.

Kleine daden van verzet

Soms proberen ze ook slim om te gaan met de situatie. Theo weet nog hoe Duitse militairen een keer bloem meebrengen, omdat ze wit brood willen laten bakken. Zijn broer  Jan verwisselt de bloem voor een mindere kwaliteit. Wanneer de Duitsers later terugkomen en klagen dat het brood niet goed is, ontstaat er een gespannen moment. Het loopt uiteindelijk goed af, maar het laat zien hoe er, zelfs onder druk, manieren worden gevonden om zich een beetje te verzetten.

Een andere keer komen er Duitse militairen bij de smederij terwijl zij hun paarden laten beslaan. Ondertussen wordt de dresseerkar van de Duitsers gestolen bij de smederij. Als Theo’s vader daarop wordt aangesproken, staan de mannen met revolvers voor hem. Ze eisen te weten waar de kar is gebleven. In de bongerd achter het huis stond een dresseerkar van iemand anders verstopt. Gelukkig gaan de Duitsers daar niet zoeken en vinden ze deze kar niet. Theo’s vader blijft opvallend rustig. Het loopt uiteindelijk zonder schieten af, maar de dreiging is op dat moment voelbaar.

Gevaarlijke momenten

Tijdens de bezetting is het gevaar soms erg dichtbij. Zo herinnert Theo zich hoe een van zijn broers met paard per ongeluk een vrouw aanrijdt op de Rijksweg in Duiven. Kort daarna verschijnen er Duitse militairen. Ze slaan zijn broer met de kolven van hun geweren, van alle kanten. Later blijkt dat de vrouw “van de partij” was – de NSB – en dat zij de Duitsers had gewaarschuwd. Zijn broer komt er gelukkig levend vanaf.

Op een dag moet zijn vader voor een Duitse militair iets smeden. De Duitser is erg dronken en heeft een revolver bij zich waar hij mee begint te dreigen. Als de soldaat zijn revolvertas laat vallen, weet zijn vader die tas onder het smidsvuur te schoppen. Maar de man blijkt een tweede wapen te hebben. Hij schiet op Theo’s broer Jan, die net op tijd door de schuifdeur van de smidse weg weet te rennen, het bos van de pastorie in. De kogel mist hem op een haar na en slaat in de deurpost. Het gat is later nog te zien. Op de pastorie was het hoofdkwartier van de Duitsers. Theo’s broer Jan waarschuwt de Duitsers om de dronken soldaat op te halen. De Duitser moet later zijn excuses komen maken.

De evacuatie naar Didam

Als de situatie in Duiven te gevaarlijk wordt moeten de inwoners evacueren. De vader van Theo weet een paard en wagen te huren, waarmee het gezin Mattijssen naar Didam vertrekt. Ze hebben alles wat ze kunnen gebruiken ingeladen. Wat mee kan, gaat mee. De rest blijft achter. Theo’s vader moet meteen weer terug naar Duiven omdat hij voor de Wehrmacht moet werken als smid, o.a. om hun paarden te beslaan. Ook Theo’s oudere broer Jan blijft in Duiven om vader in de smidse te helpen. Hoe vervelend dit ook is, het zorgt er ook voor dat ze niet ergens in Duitsland te werk worden gesteld.

In Didam verblijft het gezin bij de dames Buiting, tegenover hotel de Zwaan. Ze mogen op de bovenverdieping slapen. Theo brengt veel tijd door bij familieleden die in de buurt geëvacueerd zijn. Hij loopt wat af, dan weer naar die familie en dan weer naar die. Soms mee naar Duiven als het mag van vader om te helpen. Ondanks alles heeft het gezin genoeg te eten. Ze hebben een koe meegenomen en hoeven geen honger te lijden, wat in die periode bijzonder is.

In Duiven probeert zijn vader het huis te beschermen tegen granaatinslagen met strobalen en een boomstam die ze samen met de oudste broer van Theo uit een bos halen. Het huis in Duiven wordt een plek waar mensen kunnen schuilen. Jongens uit de omgeving — vaak knechten van boeren — komen ’s nachts terug naar Duiven, soms te paard, om spullen op te halen. Ze zijn eerder geëvacueerd, bijvoorbeeld richting de Achterhoek. ’s Nachts slapen ze in de keuken, waar Theo’s vader stro heeft neergelegd. Sommigen worden door de Duitsers opgepakt en ontsnappen ’s nachts en komen dan weer terug naar het huis in Duiven. Later blijkt dat deze jongens op het nippertje ontsnapten aan executie.

Het ouderlijk huis van Theo, met voor de ijzerwarenwinkel en linksachter de smidse. Foto van kort na de oorlog.

Het noodlot slaat toe

Acht dagen voor de bevrijding vallen bommen in Didam. Theo is op dat moment net met zijn vader en broer Jan naar Duiven gegaan om daar te werken. Ook zijn broer Henk, die eigenlijk de dames Buiting op het land zou helpen, gaat mee naar Duiven. Terwijl zij weg zijn, slaan de bommen in Didam in. Ook in Didam zou namelijk een geheime zender zitten, waar de Engelsen het op gemunt hebben. Theo’s moeder is bang voor de jongste kinderen en rent naar buiten om ze te redden. Daarbij krijgt zij zelf het granaatvuur over zich heen en raakt zwaar gewond. De jongste kinderen blijven gelukkig ongedeerd omdat ze al in de kelder bij de buren aan het schuilen zijn. Er vallen zes doden door de bommen. “Zelfs op het fornuis, midden in de pot is nog een bom gevallen”, herinnert Theo zich. In het ziekenhuis kan de moeder van Theo niet geopereerd worden omdat er geen stroom is. De scherven moeten noodgedwongen blijven zitten. Ze wordt alleen zo goed als het kan verbonden, maar haar heup is zwaar beschadigd. Ze moet ongeveer drie maanden in het ziekenhuis blijven en blijft invalide na de oorlog.

Op de tank met de bevrijders

Dat de bevrijding er bijna aankomt is voelbaar. In de nacht van 3 april denken ze dat het zover is, maar er wordt nog teveel gevochten. Door een laatste opstoot van gevechten in het buitengebied van Didam, bij de spoorlijn in Loil en bij Nieuw-Dijk, kunnen de bevrijders niet verder trekken. Het gezin Mattijssen besluit maar weer naar bed te gaan. Pas in de vroege ochtend verandert alles. “Om een uur of vijf in de morgen werden we verrast dat ze in Didam waren, de Tommy’s”, vertelt Theo. De Canadese soldaten trekken het dorp binnen. Voor Theo, een jongen van 10, is het een onvergetelijk moment. Hij mag zelfs op een tank meerijden, richting café Gerritsen. Daar krijgt hij een soldatenjasje. De verrassing en trots van dat moment zijn hem altijd bijgebleven.

Terug naar huis en weer vluchten

Theo’s vader wil meteen na de bevrijding terug naar Duiven. Ze komen terug in een zwaar beschadigde omgeving. Een munitiewagen was ontploft bij de weegbrug, waardoor alles zwart en vernield was. Ook het ouderlijk huis van de moeder van Theo is zwart en zwaar beschadigd. Door de hevige gevechten moeten ze opnieuw vluchten uit Duiven. Dit keer naar Groessen, waar ze veertien dagen verblijven. Vader moet mee. Voor het eerst staat het huis in Duiven onbeheerd. Juist dan gaat het mis: alles wat ze in kelders en schuilplekken hadden verstopt, wordt in die dagen weggehaald of vernield. “Er was niks meer,” vertelt Theo.

Opnieuw beginnen

Na terugkomst in Duiven begint zijn vader meteen met het herstellen van wat kapot is gegaan. Zo goed als het kan probeert hij alles weer op te bouwen. Mensen raden hem aan te stoppen,  omdat de smidse helemaal vernield is. Toch houdt Theo’s vader moed: “Ik zal mien eigen wel zien te redden”, moet hij gezegd hebben. Zo goed en zo kwaad als het gaat wordt het gewone leven weer opgepakt. Theo gaat weer naar de lagere school. Hij heeft een jaar gemist. Na de lagere school gaat hij naar de ambachtsschool om smid te worden net als zijn vader. Het soldatenjasje werd niet bewaard. Theo weet nog dat zijn vader hier niet van was: terugkijken naar de oorlogstijd. Ze moesten door. Theo’s moeder had altijd pijn. Ze ging er vroeger graag op uit, maar dat kan niet meer. Pas veel later als er een invalidewagen beschikbaar komt kan zij weer een beetje meedoen met het gewone leven. Het waren zware jaren voor de familie Mattijssen. “De oorlog met Duitsland was een groot verdriet.”

 1774610121520 94b2f048 dcc4 4e66 a35f 3dd91f088544

Theo Mattijsseen op zijn huwelijksdag, voor het ouderlijk huis
Interviewer: Rita Hofstede Auteur: Bibi Bodegom

Benieuwd hoe Theo zijn verhaal verteld? Luister dan naar aflevering 11 van de podcast Kind op de vlucht – Herinneringen aan de evacuatie van de Liemers 1944-1945 op YouTube, Spotify en Apple Podcasts.

Dit verhaal is onderdeel van 'Evacuatieverhalen van de Liemers', een oral history project van het Cultuur- en Erfgoedpact van de Liemers in samenwerking met de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar, Kunstwerk! Liemers Museum, Koffiebreak Videos en de historische verenigingen in de Liemers. Een serie indrukwekkende en persoonlijke verhalen van mensen die als kind de Tweede Wereldoorlog meemaakten en eind 1944 moesten vluchten voor het oorlogsgeweld. Op onze website lees je alle verhalen, en in de podcast 'Kind op de vlucht' komen 15 van de getuigen zelf aan het woord.

Persoonlijk