Henk Huuskens (1931) groeide op in Giesbeek en maakte de Tweede Wereldoorlog van dichtbij mee. Behalve de gevechten en de evacuatie bracht de aanwezigheid van het Duitse leger Henk leuke momenten. Henk herinnert zich nog dat de Duitse soldaten snoep gaven en hem in de auto lieten zitten. Voor een jongen die opgroeide in het Giesbeek van de jaren dertig was dat een hele beleving.
Henk Huuskes werd begin 1931 geboren. Zijn ouders waren al wat ouder en Henk bleef enig kind. Met nog drie andere gezinnen woonde het gezin van Henk op De Gemeint: gemeenschappelijke grond. In de jaren dertig was het crisis. Met bonnen van de steun kwam het gezin Huuskes aan blikken vlees en margarine. Maar ook elders in het dorp was de crisis merkbaar. Henk verhaalt over hoe hij deze tijd heeft ervaren.
Mevrouw Witjes uit Giesbeek vertelt over haar ervaringen als kleuterleidster in Giesbeek in de periode 1966-1998 en de veranderingen die ze daarbij heeft ervaren.
Het is juni 1966. Over een paar weken, 6 juli, wordt Henk Dellepoort (1956) tien jaar. In dezelfde maand is in Zevenaar een grote uitbraak van tbc. Henk blijkt besmet en wordt vlak voor zijn tiende verjaardag opgenomen in sanatorium Dekkerswald in Groesbeek. Dertien maanden later, Henk is dan al elf, mag hij weer naar huis.
Bas van Ditshuizen (1971) vertelt over de invloed die hij heeft waargenomen, van het bombardement op Zevenaar, op zijn eigen opvoeding. Zijn vader was op dat moment 2,5 jaar en verloor bij dit bombardement zijn moeder, dus de oma van Bas, en 2 zusjes. Het opgroeien zonder moederliefde heeft een grote impact gehad op het leven van zijn vader en daarmee ook op Bas.
Dorine Boogaarts (1939) is, samen met haar man, eigenaar van ‘Die Magerhorst’. Die Magerhorst is een havezate in Duiven. Dorine vertelt graag over de geschiedenis ervan. Ongeveer 45 jaar geleden is de havezate gerestaureerd. Dorine heeft dit van dichtbij meegemaakt. De restauratie duurde van 1967 tot 1 april 1972. Daarna is Dorine hier komen wonen.
Frits van Ditshuizen was tweeënhalf jaar oud toen in februari 1944 zijn ouderlijk huis aan de Grietsestraat in Zevenaar werd verwoest door een ontploffing. Zijn vader, zijn broer Ad, zijn zus Rieky en hijzelf overleefden de ramp, maar sindsdien heeft hij zijn moeder en twee zusjes moeten missen. Hij heeft nooit een sluitend antwoord gekregen wat de oorzaak geweest is van de verwoesting van zijn ouderlijk huis.
Corrie ten Brinke-Bloemberg (1944) heeft in haar jeugd meerdere malen meegelopen met de processie vanuit de kerk van Groessen naar Oud-Zevenaar. Deze processie werd gehouden op de zondag vóór de Groessense kermis, die altijd op de derde zondag van september was. Oud-Zevenaar was in die tijd een bekende bedevaartplaats. Ook uit de omringende dorpen liepen gelovigen één keer per jaar naar het bijzondere Mariabeeldje.
Willie Bouwman (1927) was veerbaas van de trekpont over het Berghoofseveer in Pannerden. De trekpont is van 1913 tot 1972 in handen geweest van de familie Bouwman. De veerpont lag 50 meter ten oosten van waar nu de brug ligt. Zijn vader is in 1913 begonnen met de trekpont over het Berghoofseveer in Pannerden om op vaste tijden fabrieksmensen over te zetten.
Het is 1963. Lerus heeft als 23 jarige al veel van de wereld gezien. Als Groninger had hij twee jaar in Nieuw Guinea als machinist op een motortorpedobootjager van de Marine gediend. Mooie tijd, maar aan alles komt een eind. Zo is Lerus bij de douane terecht gekomen. Hij kreeg Tolkamer als standplaats. Lerus zat tezamen met nog 4 collega's in een kosthuis in Elten. Dat was toen nog Nederlands gebied. Elke dag op de…
Als Eef Sweers (1930) erop terugkijkt hoe goed hun gezin door de oorlog kwam, denkt hij vooral aan de vooruitziende blik van zijn vader (Albert Sweers). Het gezin woonde aan de Grietsestraat in Zevenaar en maakte het bombardement van 1945 van dichtbij mee.
In een lichtgrijs verleden was Didam de Liemerse hoofdstad van de popmuziek. Frank Gesthuizen en andere enthousiaste muziekliefhebbers haalden talloze artiesten naar het dorp: Raymond van ’t Groenewoud, Margriet Eshuijs, Cuby + Blizzards, Ten Years After, De Dijk, Snowy White en ga zo maar door. Zelfs de band Vandenberg kwam tussen Japanse en Amerikaanse tournees naar de Diemse markthal.

Hönd

reactiedatum 2016
Wat is nou echt kenmerkend voor de Liemers? Dan denk ik in de eerste plaats aan de typerende streektaal. Het is een overgangstaal tussen het Achterhoeks (Nedersaksisch) en het Zuid-Gelders (Nederfrankisch). Het Zuid-Gelders, het Noord-Limburgs en de dialecten tot ver bezuiden het Duitse Kleve worden ook wel Kleverlands of Kleverländisch genoemd. Zo zie je maar weer dat de huidige staatsgrens jonger is dan de oude taalgrens.
Enkele jaren geleden organiseerden Erfgoed Gelderland en Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers een talentenjacht voor streektaalzangers/zangeressen onder de fraaie, maar niet zo heel erg streektaalachtige titel Puur Gelderse Sound. Zonder grote verwachtingen besloten Frans van Gorkum en ik als het duo Mulder & Van Gorkum een gooi te doen naar eeuwige roem.
Er was eens een jongeman die monnik wilde worden in een boeddhistisch klooster. Om zich voor te bereiden bezoekt hij een oude leraar en vraagt: “Meester, kunt u mij zeggen hoe ik goed moet leven?” De meester antwoordt met slechts een woord: “Aandacht.” De jongeman denkt even na en vraagt: “Kunt u daar iets meer over vertellen?”, en de meester antwoord met: “Aandacht. Aandacht”.
Mijn eerste stagedag als leerkracht was op basisschool De Driehoek in Aerdt. Sterker nog; het was mijn allereerste dag van de lerarenopleiding. Na twee afgebroken studies wist ik het even niet meer. Toch eerst maar in dienst of eerst nog iets anders proberen? Uiteindelijk ging ik in de vroege herfst van 1988 eens informeren op de pabo. “Als je komende maandag begint, dan kun je het eerste jaar nog halen”, kreeg ik te horen.
U heeft het al in deze krant kunnen lezen: pand ‘Abelskamp’ in Tolkamer wordt gesloopt. Het voormalige warenhuis staat al jaren te verkrotten. De gemeente heeft gelukkig kunnen ingrijpen en het pand opgekocht. Op de plek in de Hoofdstraat zal een parkeerterrein komen met een plantsoen. Mogelijk zullen er in de toekomst woningen worden gebouwd. Kijk, dat vind ik nou mooi; inbreiden in plaats van uitbreiden.
Wij gingen vanuit huis lopend naar school in de Molenstraat. Die had mijn vader nog helpen zetten, toentertijd. En die school aan de Molenstraat staat er nog steeds. Mensen uit Groessen, Loo en Duiven gingen allemaal naar die school in Zevenaar. Alles was op Zevenaar gericht. Ook de kerk. Iedere zondag kwamen hele gezinnen met kinderen lopend naar de kerk in Zevenaar. Die waren allemaal protestant.
"Ik ben in 1930 geboren in Duiven. Toen ik zes jaar was ben ik naar school gegaan in Westervoort. De school in Duiven, daar woonden wij korter bij. Maar dat was een Rooms Katholieke school, dus dat mocht niet. Samen met mijn oudste zus ben ik vanaf 1937 tot ongeveer 1941 met de fiets gegaan. Na die tijd hebben we altijd gelopen. Dat was drie kwartier heen en drie kwartier terug."
"De eerste jaren daar weet ik niks meer van. Het enige wat ik weet is het ijsje dat ik van mijn vader kreeg. We liepen naar de Rijksweg en toen kwam de ijscokar van Gelria en kreeg ik mijn eerste ijsje, van vijf cent. Ik was een jaar of zes. Mijn vader heeft me schaatsen geleerd, ja, die leefde nog. Ik ging toen net naar school."
Zevenaar lag tijdens de Tweede Wereldoorlog in een spergebied. De plaatsen rondom Zevenaar werden geëvacueerd. Zevenaar zelf niet. Thea Welman (1935) vond dat aan de ene kant wel fijn, omdat ze in haar eigen huis mocht blijven. Anderzijds was het gevaarlijk, want Zevenaar lag middenin de gevarenzone. Aan de ene kant zaten de Duitsers, aan de andere kant zaten de Engelsen. En die schoten op elkaar. Thea zat er middenin.
Van oudsher zijn er drie grote geloofsgemeenschappen gevestigd in de Liemers: de Rooms Katholieke, de Hervormde en de Joodse gemeenschap. Thea Welman (1935) groeide op in het overwegend Katholieke Zevenaar.
De periode waarin Thea Welman (1935) uit Zevenaar begon met leren lezen en schrijven viel samen met de Tweede Wereldoorlog. Naar school gaan in de oorlog. Hoe ging dat? Thea vertelt over haar herinneringen als acht- en negenjarig meisje op de lagere school.
"In de ochtend van tien mei 1940 werd ik wakker van een hoop herrie. Ik werd uit mijn bed gehaald en op een stoel in de bijkeuken gezet. Blijkbaar waren mijn ouders nogal angstig voor wat er allemaal te gebeuren stond. Wat ik mij daar nog van herinner was een hoop tumult. De eerste periode van de oorlog was vrij hectisch.