De restauratie van Die Magerhorst

reactiedatum 1967 1972
Magerhorst naar een origineel van Jan de Beijer (1742). Magerhorst naar een origineel van Jan de Beijer (1742).

Oude sporen vervagen niet

 

Dorine Boogaarts (1939) is, samen met haar man, eigenaar van ‘Die Magerhorst’. Die Magerhorst is een havezate in Duiven. Dorine vertelt graag over de geschiedenis ervan. Ongeveer 45 jaar geleden is de havezate gerestaureerd. Dorine heeft dit van dichtbij meegemaakt. De restauratie duurde van 1967 tot 1 april 1972. Daarna is Dorine hier komen wonen.

“Toen wij Die Magerhorst zagen zijn wij naar de gemeente gegaan en hebben we geïnformeerd wat het was. Het bleek dat het gebouw lange tijd had dienstgedaan als boerderij, maar dat het sinds tien jaar leegstond en een ruïne geworden was. De gemeente zelf had oorspronkelijk gedacht om het als burgemeesterswoning in te richten, maar de burgemeester wilde dat zelf niet. En toen is het een beetje verwaarloosd en na tien jaar leegstand was het ook niet meer bewoonbaar. Wij zijn verder gaan kijken naar de mogelijkheden. Het zou eventueel gerestaureerd kunnen worden met behulp van monumentenzorg. En wij hebben die stap genomen. We hebben het eerst gekocht van de gemeente voor één gulden.

Het bungalowpark

De gemeente was van plan om het woonhuis af te breken en alleen de toren te laten staan. Op het vrijgekomende terrein zouden dan bungalows gebouwd worden. Het restant van dat plan is nog te zien aan de nummering van de aangrenzende huizen. Ons huis is nummer 48. De huizen links en rechts van ons hebben andere nummers.

Sporen van het kloosterraam

Er zijn nog sporen van de vroege bebouwing van rond 1700. Daardoor weten we dat er een kloosterraam was. Een kloosterraam is een langwerpig raam waarvan in die tijd het bovenste gedeelte glas in lood was. Het onderste gedeelte was open. Alleen aan de buitenkant zat een luik dat je voor de kou en de regen kon beschermen. De sporen van het raam zijn teruggevonden toen het huis werd afgebikt. Het huis was helemaal bepleisterd in de tijd dat het een boerderij was. De pleister is afgebikt om te kijken welke stenen er nog goed waren en welke vervangen moesten worden. Er werden toen oude patronen zichtbaar en daarmee ook de vorm van het raam dat daar ooit heeft gezeten. Het raam hebben wij gevonden achter een muur die was dichtgemetseld in de tijd dat de boerenfamilie hier heeft gewoond. Die muur hebben we weer geopend. Op de plaat van Jan de Beijer kunnen we zien dat rondom het hele huis allemaal van dit soort kloosterramen hebben gezeten.

De toren met mâchicoulis

Wat een belangrijk onderdeel van het huis is, is de toren zelf. Die toren heeft van binnen een gemetseld gewelf. Het is een soort slakkenhuis. Het heeft kleine raampjes. De oorspronkelijke schietgaten zijn nu natuurlijk dichtgemaakt. Omdat de toren nog steeds is blijven staan valt het onder monumentenzorg. Het is een prachtig gemetseld gewelf. Dat is heel bijzonder. De toren heeft een soort werpgat. Dat noemen ze een mâchicoulis. Bij middeleeuwse kastelen zie je dat nog heel vaak, dat er hoog in de toren zo’n werpgat zit dat precies uitkwam boven de ingang.

Restauratie en aanpassingen

Er zijn naast de restauratie zowel van binnen als van buiten verschillende aanpassingen gedaan. In de tuinen hebben we een meidoornhaag en oude vruchtbomen hebben geplant om de oude soorten weer in ere te herstellen. De tuin is enigszins aangelegd zoals dat hoort bij een huis uit 1600. Waar nu een moestuin ligt zie je duidelijk een lager gedeelte. Daar heeft vroeger een gracht gelegen. Dat is nog te zien op de oude gravure. Toen wij hier kwamen wonen was het eigenlijk nog maar een poel die stonk en waar je eigenlijk niks meer mee kon. Die is toen dichtgegooid en daar is een moestuin voor terug in de plaats gekomen.”

Interviewer en auteur: Sander Olzheim

 

Geef een reactie