Het Pannerdens Kanaal

reactiedatum 1707
Het Pannerdens Kanaal E. de Ruiter

 

Water speelt in de Liemers altijd een rol. Het gebied wordt begrensd door rivieren. Heel lang was bijvoorbeeld de Neder-Rijn de zuidgrens van de Kleefse Liemers. Daarin kwam verandering door het graven van het Pannerdens Kanaal. De Liemers werd er letterlijk groter door. Maar ook natter!

De rivier wordt ondieper

Sinds de late Middeleeuwen lag de splitsing van Rijn en Waal veel oostelijker dan tegenwoordig. Vanaf de splitsing ten noordoosten van Kleef meanderde de Neder-Rijn richting Arnhem. De natuurlijke kronkels leidden er toe, dat de bovenloop dichtslibde en menselijk ingrijpen – vooral het leggen van kribben – maakte het allemaal nog erger: de Neder-Rijn werd steeds ondieper. Aan het einde van de zeventiende eeuw koos nog maar één tiende van het Rijnwater de noordelijke route. De Neder-Rijn werd steeds minder bevaarbaar. Dat was nog maar de helft van het probleem. Toen Prins Maurits in de jaren na 1590 de Nederlandse oostgrens had bereikt, besloot hij de rivieren te gaan gebruiken om het land te verdedigen. De vesting Schenkenschans op de riviersplitsing werd het belangrijkst. Van daaraf liep de verdedigingslinie langs de Neder-Rijn en de IJssel. Toen de waterstand daalde, werd die linie dus ook zwakker. Te zwak, dat bleek in 1672. De Franse koning Lodewijk XIV viel de Nederlandse Republiek aan vanuit het oosten. Hij kon in juni simpelweg met zijn leger door de Neder-Rijn waden. Bijna was het land ten onder gegaan!

Een militaire oplossing

Na het vertrek van de Fransen barstte de discussie los over wat er nu moest gebeuren. De Nederlandse vestingbouwer Menno van Coehoorn stelde voor, dat ten westen van Pannerden een kanaal zou worden gegraven, dat breed en diep genoeg moest zijn om een vijand te weren. Het duurde nog ruim dertig jaar, maar toen kwam dat kanaal er ook. In 1707 werd het Pannerdens Kanaal gegraven. Dat kanaal had dus een militaire functie, maar het was ook diep genoeg voor de scheepvaart.

De ene ramp na de andere

Voor de Liemers en de Betuwe was dat een ramp. Allereerst waren de dijken langs de Neder-Rijn al eeuwenlang niet meer bestand tegen de grote hoeveelheid water, die er nu op af kwam. Doorbraken waren het gevolg. Zo hadden 72 ingezetenen van de Liemers in 1721 ruim 982 rijksdaalder waterschade. In 1743 gingen bij een doorbraak 23 paarden en 115 runderen verloren. In de zomer van dat jaar stonden de landerijen ten gevolge van de doorbraak nog vol kwelwater en rattenstaarten, zodat de veeteelt in de Liemers veel schade leed. Verder ging de Rijn ten oosten van het nieuwe splitsingspunt ineens sterk meanderen en het aan de noordkant gelegen dorp Herwen moest uiteindelijk zelfs in noordelijke richting worden verplaatst.

De koning van Pruisen dwingt een oplossing af

Noodmaatregelen hielpen niet, er moesten aanvullende werken komen. Maar binnen de Nederlandse Republiek moesten er veel partijen beslissen en in de Liemers was het de Pruisische overheid die meepraatte. De ene ramp volgde op de andere met als uiterste de dijkdoorbraak bij Huissen in december 1769. Tot aan Culemborg liep het hele gebied onder water. Nu was koning Frederik de Grote van Pruisen het zat! Hij dreigde de dijk bij Huissen niet meer dicht te maken vóór de Nederlanders hadden ingestemd met nieuwe waterwerken. Die kwamen er. In 1773 werd de splitsing van de IJssel een eind naar het oosten verplaatst bij het doorgraven van de Pleij. Ten zuiden van Herwen werd de meander van de Rijn afgesneden door het graven van het Bijlands Kanaal. Daarbij ontstond een eilandje tussen de oude en de nieuwe stroom, de Bijlandse Waard, tegenwoordig een geliefd watersportgebied.

Het Gelders Eiland

Bij het graven van het Pannerdens Kanaal in 1707 was ook het oostelijk deel van de Overbetuwe afgesneden. Tussen de oude Neder-Rijnloop en het Pannerdens Kanaal ontstond het Gelders Eiland. Dat bleef nog een eeuw bij de Betuwe horen, maar toen het gebied in 1818 opnieuw werd ingedeeld, kwamen Pannerden, Herwen en Aerdt onder het Hoofdschoutambt (Kanton) Zevenaar te vallen. Sindsdien horen ze dus bestuurlijk onder de Liemers.

Emile Smit
Historische Kring Huessen

Literatuur

G.P. van de Ven, Aan de wieg van Rijkswaterstaat wordingsgeschiedenis van het Pannerdens Kanaal. Zutphen, 1976.
Gerard van de Ven, Verdeel en beheers! – 300 jaar Pannerdens Kanaal. Diemen, 2007.

Tags:

Geef een reactie